
De graveurs die voor ons werken,
zijn werkelijk eerste klas
meesters. Het is ongekend hoe
deze mensen hun beroep
uitoefenen. De technieken van
vroeger worden nog steeds
toegepast, ondanks de populaire
computer met de nieuwste
technieken.
Onze gravures zijn gelukkig
nog steeds eerste klas handwerk.
In het verleden werden de
metaalgravures door onze
grootvader uitgevoerd. Een van
zijn mooiste opdrachten was het
ontwerp van een monogram, welke
op het tafelbestek van prinses
Irene moest komen. Het ontwerp
werd goed-gekeurd door prins
Bernhard en mijn grootvader
mocht de zeer uitgebreide
casette graveren.
Enkele top-edelsteengraveurs
waar we vele jaren mee hebben
gewerkt hebben, zijn de ras
Amsterdammer;de heer Ben Hoffmann en
de zeer kundige Hans de Vries.
Beide hebben hun opleiding
genoten bij de firma Pazdernik.
Bij deze Amsterdamse firma
onder leiding van de heer Pazdernik en de heer Herbe werkten meerdere
graveurs, die hun opleiding hadden genoten in Turnov (Tjechië).Bekende namen van de graveurs die hun 5 -jarige opleiding hadden genoten aan de kunstnijverheidsschool en werkzaam waren voor de firma Pazdernik waren:Josef Pazdernik in 1906,Josef Herbe in 1925,Vaclav Hojny in 1929,Vaclav Neumann in 1930 en Alice Tukalova in 1937 .
De firma Jos.Pazdernik Edelsteengraveurs werd in 1930 gevestigd in Amsterdam in de Hartenstraat op nummer 16 met als firmanten Josef Pazdernik en Josef Herbe. Voor de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1935, werd tijdelijk een dependance gevestigd in Brussel bij Wolfers Frères in de Rue d'Arenberg alwaar Josef Herbe werkzaam was.
Na de dood van Josef Pazdernik in 1940 werd de firma voortgezet door Josef Herbe en Vaclav Hojny. Jos.Pazdernik Edelsteengraveurs had als nederlandse leerlingen Ben Hoffmann en Hans de Vries. De firma is met de dood van de laatste firmant begin 80-er jaren opgehouden te bestaan.
De edelsteengraveurs werken
met een zgn. uurwerkmakers
draaibank. Dit is een mini
draaibank voor het zeer fijne
werk. De graveur maakt zelf zijn
freesjes( boortjes) waar hij de
stenen mee bewerkt. Deze worden
vervaardigd van onder andere
nieuwe draadnagels. De kop van
de draadnagel wordt verwijderd
en wordt taps afgedraaid op het
bankje. Aan het uiteinde draait
de graveur bijvoorbeeld een
klein balletje of een wieltje,
waarmee hij de steen wil gaan
bewerken. De draadnagel is niet
van staal, maar gewoon ijzer.
Aan het uiteinde van het
freesje smeert hij er wat met
olie vermengde diamantpoeder
aan. Dit poeder hecht zich aan
het ijzer en zo kan elke steen
worden bewerkt. Zo heeft de
graveur wel enkele honderden
verschillende boortjes om
diverse bewerkingen te kunnen
uitvoeren. Om dit vak goed onder
de knie te krijgen moet men het
eigenlijk van jongs af aan
leren. Tevens moet men goed
kunnen tekenen. Houdt er
rekening mee dat de
steengraveurs bijna alles ook
nog eens negatief moeten
graveren.
De metaalgraveur werkt totaal
anders. Die gebruikt geen
draaibank of freesjes, maar
heeft diverse stekers tot zijn
beschikking,waarmee hij het
metaal weg snijdt.
Hij tekent de tekst of
familiewapen eerst op en volgt
de lijnen met zijn steker. Men
noemt dit een zogenaamde
vlakgravure. Dit soort gravures
wordt veelal gebruikt op
zilverwerk zoals dozen, bladen,
bekers, servetbanden etc. Moet
de graveur een ring verdiept
graveren( cachetgravure) dan zal
hij het schild toch gedeeltelijk
moeten uitfrezen om daarna de
gravure te kunnen aanbrengen.
De steen- en de metaalgraveur
gebruiken twee totaal
verschillende technieken. Een
graveur die beide technieken
goed kan uitvoeren zijn wij nog
niet tegen gekomen.